Inmiddels heeft het geregend, maar in de afgelopen periode heeft iedereen wel een beregeningshaspel op het land zien staan. Je kunt je afvragen waarom er zoveel water nodig is. Voor akkerbouwer Frank Wolters is het antwoord duidelijk: beregenen gebeurt alleen als het nodig is. Niet alleen om een gewas te laten groeien, maar ook om planten gezond en weerbaar te houden.

“We beregenen niet voor de lol,” vertelt Frank. “Het kost geld, tijd en werk. Wij vinden het zelf ook niet prettig om steeds haspels te moeten verzetten. Maar soms is het nodig om het gewas goed te laten groeien.”

Een groeiende plant is weerbaarder

Water speelt daarbij een grotere rol dan alleen het voorkomen dat een plant uitdroogt. Een plant die voldoende water krijgt en goed doorgroeit, is namelijk beter bestand tegen ziekten en plagen. Een voorbeeld daarvan is trips. Trips is een heel klein insect dat schade kan veroorzaken aan planten. Vooral wanneer een plant stress heeft, bijvoorbeeld door droogte, te veel water of andere omstandigheden waardoor de groei stilvalt, krijgt trips meer kans.

“Als een plant blijft groeien, is hij veel weerbaarder,” legt Frank uit. “Door te beregenen hoeven we niet of nauwelijks gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.” Beregenen helpt bij de teelt van prei op een natuurlijke manier bij de bestrijding van trips. Water komt tussen de delen van de plant terecht waar de kleine insecten zich bevinden. Wanneer daar water blijft staan, verdrinkt de trips. Zeker in een jaar waarin de druk van trips erg hoog is, kan dat een belangrijke manier zijn om schade te beperken zonder direct naar gewasbeschermingsmiddelen te hoeven grijpen. Dit jaar is de overlast volgens Frank bijzonder groot. Ook vorig jaar kwam trips al veel voor.

Bodemgezondheid

Beregenen helpt ook de bodem gezond te houden. Als een gewas voldoende water krijgt en blijft groeien, kan het voedingsstoffen uit de bodem beter opnemen. Daardoor blijven er minder ongebruikte voedingsstoffen achter die later kunnen uitspoelen. Een goed groeiend gewas maakt bovendien meer wortels en plantenresten, wat bijdraagt aan de opbouw van organische stof. Ook het bodemleven profiteert van voldoende vocht: bacteriën, schimmels en andere bodemorganismen blijven actiever en helpen zo mee aan een vruchtbare en levende bodem. Daarbij geldt natuurlijk wel: water geven waar nodig, want te veel water kan juist nadelige effecten hebben.

Water geven kost vooral geld

Beregenen wordt soms gezien als iets wat een boer gemakkelijk doet wanneer het droog is. In werkelijkheid is het een flinke klus. Een beregeningshaspel moet worden geplaatst, aangesloten en regelmatig worden verzet. Daar komen brandstof, onderhoud en arbeidsuren bij. Voor een boer is beregenen dus geen doel op zich. “Het kost alleen maar geld,” zegt Frank. “Als het niet nodig is, doen we het niet. In ruil daarvoor zijn we des te liever met andere zaken bezig zoals het gezin.”

Grote gevolgen

Tegelijkertijd kan niet beregenen uiteindelijk grotere gevolgen hebben. Wanneer een gewas zonder vocht stopt met groeien, wordt het kwetsbaarder voor ziektes en plagen. De opbrengst zal dan in kwaliteit en volume dalen. Gewassen die we voor dieren telen, kunnen minder voedingsstoffen bevatten en heeft weer invloed op de gezondheid van de dieren. Voldoende water geven kan daardoor juist helpen om een gezond gewas te houden en extra maatregelen te voorkomen.

Waar komt het water vandaan?

Op het moment van het interview gold er een verbod op het gebruik van oppervlaktewater voor beregening. Voor sommige intensieve teelten gold een uitzondering: daar mocht tussen 22.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s ochtends nog uit oppervlaktewater worden beregend.

In de regio Weert komt beregenen met oppervlaktewater echter maar weinig voor. Veel boeren beschikken over een grondwaterput. Ook boeren wordt gevraagd om zorgvuldig met grondwater om te gaan en het gebruik waar mogelijk te beperken. Tegelijkertijd blijft water op bepaalde momenten noodzakelijk om gewassen gezond te houden.

Zijn er alternatieven?

Er wordt volop gezocht naar manieren om zuiniger en gerichter water te geven. Druppelslangen zijn daar een bekend voorbeeld van. Via kleine openingen in een slang komt het water direct bij de plant terecht. Daardoor kan heel gericht worden beregend. Voor sommige teelten werkt dat goed, maar voor veel akker- en tuinbouwgewassen is het nog geen praktische oplossing.

Op het land rijden namelijk machines om bijvoorbeeld onkruid te verwijderen. Een schoffelmachine of wiedeg kan de slangen gemakkelijk beschadigen. Ook dieren zoals hazen en duiven kunnen schade veroorzaken. Zij vinden het water in de slangen en pikken of bijten ze kapot. De slangen dieper in de grond leggen klinkt als een oplossing, maar brengt weer andere problemen met zich mee. Ze moeten voor of na de oogst ook weer uit de grond, alleen is dit onmogelijk deze zonder schade te verwijderen als ze te diep liggen.

“Er zijn veel nieuwe initiatieven en daar moeten we zeker naar blijven kijken,” zegt Frank. “Maar voor veel teelten is er op dit moment nog geen oplossing die overal praktisch werkt. En aan iedere oplossing hangt ook een kostenplaatje dat zich uiteindelijk moet terugbetalen.”

Werken mét de natuur

De landbouw is voortdurend afhankelijk van het weer en de natuur. Het ene jaar is nat, het andere jaar droog. Soms is er nauwelijks plaagdruk en soms zijn insecten, zoals trips, juist massaal aanwezig. Volgens Frank hoort het zoeken naar de juiste balans daarom bij het boerenvak. Niet automatisch (chemisch) ingrijpen, maar kijken wat een gewas nodig heeft en hoe natuurlijke processen kunnen helpen. Beregenen is daar een goed voorbeeld van.

“Landbouw werkt met de natuur. En de natuur heeft ook een groot vermogen om zichzelf weer te herstellen”, verteld Frank. Dat vraagt iedere dag opnieuw om goed kijken, afwegen en keuzes maken. Want achter een beregeningshaspel in het veld zit vaak meer dan alleen een dorstige plant.