De bever rukt op in Limburg en dat leidt op steeds meer agrarische bedrijven tot problemen: het dier knaagt gewassen kapot en zorgt voor water- en ondergravingsschade. Volgens de LLTB is ingrijpen absolute noodzaak. Daarnaast moet de schadevergoeding en -afwikkeling worden verbeterd.

Drie tot vier jaar geleden dook de bever voor het eerst op op het fruitbedrijf van Paul Wolters in Vlodrop. De ondernemer teelt ruim 13 hectare appels en peren, in de nabijheid van de Roode Beek. “De bevers, die rondom de beek huizen, komen ook op onze fruitpercelen”, vertelt Wolters. “Ze ‘schillen’ de bast van de bomen of vreten de onderkant weg. In dit laatste geval kunnen de bomen als verloren worden beschouwd.” Aanvankelijk wist de fruitteler de dieren met een hek en stroomdraad van de percelen te houden. “Maar inmiddels duikt de bever ook op andere plekken op. We kunnen niet alle percelen afrasteren; we moeten rekening houden met openbare wegen.”

Dit jaar hield de bever weer fors huis bij Wolters: zo’n honderd bomen werden afgeknaagd of beschadigd. “Deze bomen moeten grotendeels worden vervangen. Daarmee is het probleem nog niet opgelost. Omdat ik biologisch teel, is het lastig een nieuw aangeplante boom op gang te krijgen qua groei. Het verlies in productie en kwaliteit is blijvend. We hebben een aanvraag voor schadevergoeding ingediend bij uitvoeringsorganisatie BIJ12, maar de schade die wordt uitgekeerd is een druppel op een gloeiende plaat. De beverschade kost ons serieus geld en drukt de winst van ons bedrijf.”

Waterschade

Ook bij Hans Bovend’eerdt in Weert is de beverschade, en vooral de frustratie hieromtrent, groot. Het dier zorgt er volgens de voormalig melkveehouder, die zijn gronden verhuurt aan akkerbouwers en vollegrondstuinders, namelijk voor dat percelen niet meer goed afwateren. “We zitten hier vlakbij de Leukerbeek. Deze is in 2013 heringericht, waarbij ook een omleiding werd aangelegd voor de afwatering van ‘gebiedsvreemd’ water. Hieronder viel ook het water dat van mijn percelen kwam”, vertelt hij. “Dat ging niet helemaal goed; een aantal percelen waterde namelijk nog steeds af op de oude Leukerbeek. Daarin was de bever actief, die deze watergang dicht bouwde met zijn dammen. Hierdoor kwam het water op de betreffende percelen fors omhoog en ging afgelopen jaar meer dan 15 hectare aan gewassen verloren. Over de vergoeding van de schade zijn we nu in conclaaf met het waterschap. Zij geven aan dat de schade ook het gevolg kan zijn van de nattigheid van vorig jaar; deze zou niet zomaar toe te dichten zijn aan de bever.”

Om de afwatering van de genoemde percelen te verbeteren, werd afgelopen winter een bypass gerealiseerd om de oude en de nieuwe watergang met elkaar te verbinden. “Ook hier gooit de bever roet in het eten; hij bouwt de nieuwe watergang dicht. Hierdoor blijft de kans op een hoog waterpeil en gewasschade groot. Daar komt bij dat gemeente Weert, om wateroverlast in de bebouwde kom te voorkomen, grotere hoeveelheden (riool)water op de Leukerbeek loost. Ook hier hebben de boeren nadeel van. Als er geen oplossing komt, wordt het lastig om mijn percelen nog te verhuren. Dat betekent een forse inkomstenderving.”

‘Bever is van niemand’

Volgens LLTB-projectleider Marc Niessen staan deze verhalen niet op zichzelf en richt de bever steeds meer schade aan. “De bever keerde in 2002, na bijna tweehonderd jaar afwezigheid, via de natuurlijke weg terug in Limburg”, zegt Niessen. “De provincie vulde dit aan met het zelf vrijlaten van bevers. Deze dieren zouden een waardevolle functie hebben voor het herstel van natte natuurparels; ze bouwen namelijk dammen en houden water vast. Maar het probleem is dat de bevers niet in deze gebieden blijven en ook elders schade aanrichten, onder meer op landbouwbedrijven. Er zitten inmiddels zo’n 2000 bevers in Limburg; dat zijn er veel te veel.”

Het frustreert Niessen vooral dat de provincie volgens hem geen verantwoordelijkheid neemt op dit vlak. “In februari werd de geactualiseerde ‘Beleidslijn Bever’ gepresenteerd, waarin letterlijk staat dat de bever ‘van niemand’ is. Niemand is dus verantwoordelijk voor het beheer van het dier, het kan gewoon zijn gang gaan. Het vergoeden van de schade, die slechts beperkt wordt gecompenseerd, wordt afgeschoven op BIJ12 en het waterschap. Ook wanneer bevers de afwatering belemmeren moeten boeren aankloppen bij het waterschap. Maar de procedures zijn zo stroperig dat het lang duurt voordat het waterschap actie kan ondernemen. Dan is het kwaad al geschied.”

‘Toon lef’

De LLTB vroeg het afgelopen jaar op diverse manieren aandacht voor de problematiek. Maar de provincie onderkent het probleem volgens LLTB-bestuurslid Peter van Dijck onvoldoende en geeft vooralsnog niet thuis. “We moeten kijken hoe we het systeem dusdanig kunnen aanpassen dat de bever zijn goede werk kan doen in natte natuurgebieden, maar de landbouw niet belemmert. De provincie is aan zet. Mijn oproep aan hen is: denk mee over oplossingen en laat de boeren niet in de kou staan. Toon lef, bijvoorbeeld door te kiezen voor populatiebeheer in bepaalde gebieden. Je kunt niet eerst de bever herintroduceren en vervolgens wegkijken als er problemen ontstaan.”

Oproep: meld beverschade!

Sinds 2016 komen er bij de LLTB steeds meer meldingen binnen van beverschade. Het gaat dan om knaagschade aan gewassen, schade als gevolg van een hoger waterpeil – doordat de bevers waterlopen dichtbouwen – en schade door ondergraving. In dit laatste geval ondermijnen de bevers percelen vanuit een watergang. Boeren die met machines het perceel bewerken zakken hierdoor weg.

De LLTB roept haar leden op om beverschade te melden, bij voorkeur onderbouwd met foto’s, exacte locaties en tijdstippen. “We hebben het idee dat nog lang niet alle ondernemers hun schade aan ons doorgeven”, zegt Marc Niessen. “Terwijl dit wel cruciaal is om een goed beeld te krijgen van de schade. Dan kunnen we namelijk een nóg duidelijker signaal afgeven richting de Provincie Limburg. En alleen op deze manier kunnen we een oplossing forceren.

Het melden van de schade kan door een e-mail te sturen naar Marc Niessen.